Menu

Oude Boekerij

De Oude Boekerij (die formeel banden tot 1900 omvat) is het oudste onderdeel en als het ware het fundament van de huidige Bibliotheek Zuid-Kennemerland.

Een eigen ‘librije’

Haarlem was een van de eerste Noord-Nederlandse steden met een eigen ‘librije’. Als compensatie voor de geleden schade in het beleg van 1572-’73 kwamen kloostergoederen aan Haarlem toe. Het boekenbezit van de kloosterlingen werd ondergebracht in de ‘librije’, de oude benaming van de Stadsbibliotheek (opgericht in 1596). Veel boeken kwamen uit het Jansklooster, vandaar dat het basisbezit van de bibliotheek uit voornamelijk theologische boeken bestond.

Uitbreiding collectie

Later breidde de verzameling zich uit naar andere wetenschapsgebieden, zoals geschiedenis, wijsbegeerte, recht en geografie. Het beheer van de collectie was nu in handen van curatoren, die als leraar verbonden waren aan de Latijnse school, het huidige Stedelijk Gymnasium. Het boekenbezit werd ook uitgebreid door aankopen en schenkingen uit andere, meest particuliere bronnen. Adriaan van der Willigen bijvoorbeeld liet in 1841 zijn complete verzameling werken van Nederlandse dichters en toneelschrijvers na aan de bibliotheek. In 1833 kocht de stad Haarlem van de erfgenamen van de Amsterdammer Jacobus Koning een belangrijk deel van zijn collectie ‘eerste producten van de boekdrukkunst’: blokboeken en wiegendrukken.

Bakermat van de boekdrukkunst

Abraham de Vries, de eerste échte stadsbibliothecaris, besteedde het beschikbare geld vanaf 1821 aan de aanschaf van een collectie op het gebied van boekdrukkunst en typografie. Hij moest van het stadsbestuur Haarlem ‘op de kaart zetten’ als bakermat van de boekdrukkunst. Zo groeide de Oude Boekerij enorm in de loop der eeuwen: van het basisbezit van circa 500 stuks tot ruim 45.000 titels!

Boeken inzien

De collectie van de Oude Boekerij is ondergebracht in de depots van het Noord-Hollands Archief. Indien u boeken uit de Oude Boekerij wilt inzien, kunt u terecht in de studiezaal van de locatie Jansstraat.