Menu

Links

Van de Haarlemse amateurfotograaf Bert van Voorden (1918-2007) staan 270 foto's online. Ze maken deel uit van een collectie die het Noord-Hollands Archief in 2005 verwierf. De foto’s zijn voornamelijk in en rond Haarlem gemaakt en geven een goed tijdsbeeld van een halve eeuw. Het was oud-burgemeester Jaap Pop, zelf een verwoed amateurfotograaf, die Van Voorden destijds over de streep trok zijn foto’s aan het archief af te staan. “De burgemeester belde me op en zei: ‘Je wordt een dagje ouder en ik vind dat je foto’s bewaard moeten blijven’.”, zo vertelde Van Voorden mij in een interview, dat op 16 november 2005 werd gepubliceerd in ‘Haarlems Dagblad’. Hieronder volgt de tekst van dat krantenartikel.

Fotografie als hobby

Bert van Voorden kwam in 1944 van Rotterdam naar Haarlem, waar hij een baan had gekregen als onderwijzer aan de Bavinckschool. “Fotograferen was toen al mijn grootste hobby,” vertelt hij, “al waren er in de laatste oorlogsjaren nauwelijks filmrolletjes te krijgen. Mijn eerste foto’s maakte ik toen ik veertien was, aan het begin van de jaren dertig. Met bonnetjes die bij Sunlight-zeep zaten, kon je destijds sparen voor een eenvoudige boxcamera. Met mijn eerste filmpje heb ik foto’s gemaakt van de Oranjeboomstraat in Rotterdam waar wij woonden. Die straat is nu bekend uit de tv-serie ‘Toen was geluk heel gewoon’. Ook maakte ik een foto van mijn zusje. Zij leed aan suikerziekte. Toen ze kort daarop overleed, was die foto voor mijn moeder goud waard. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt. Mijn vader fotografeerde ook en samen zaten we vaak foto’s af te drukken in een lichtdichte, krappe kast op zolder.”

Het Sunlight-boxje werd verruild voor een klapcamera van de Rotterdamse fotospeciaalzaak Foka. Van Voorden: “Ik had geen belichtingsmeter en moest het diafragma en de sluitertijd daarom op gevoel instellen. Op die manier heb ik veel ervaring opgedaan. In 1953 kocht ik mijn eerste spiegelreflexcamera, een Zeiss Ikon Contaflex. Die kostte toen 550 gulden, een heel bedrag waarvoor ik lang heb moeten sparen.”


Voeten wassen in de gootsteen. Collectie Bert van Voorden.

Details van de Grote Kerk

In de jaren vijftig en zestig maakte Van Voorden vooral foto’s van zijn drie kinderen. Daarin kwam verandering toen hij in 1966 op aanraden van een kennis lid werd van de Haarlemse Amateur Fotografen Vereniging (HAFV). “Binnen die vereniging beoordeelden we elkaars werk. Je werd ook geprikkeld om mee te doen aan regionale competities waarvoor je foto’s moest inzenden.” De foto’s van Van Voorden vielen regelmatig in de prijzen en hij werd voorzitter van de HAFV.

Begin jaren zeventig vroeg Thom Delleman hem om foto’s te maken ter illustratie van diens boekje over de Grote of Sint-Bavokerk. “We kenden elkaar uit het onderwijs. Ik was inmiddels hoofd van de Bavinckschool en Delleman was directeur van de Ds. W.J. van Eldenschool. In het boekje, dat nog een aantal malen is herdrukt, kwamen zo’n zeventig foto’s, die paginagroot werden geplaatst. Het is voor een fotograaf prettig als zijn foto’s in publicaties tot hun recht komen. Sindsdien heb ik honderden foto’s van de Grote Kerk gemaakt. Steeds ontdekte ik weer nieuwe details. Er is geen gebouw in Haarlem dat ik vaker heb gefotografeerd.” Van Voorden werd de ‘hoffotograaf’ van de Vrienden van de Grote Kerk en in 1999 benoemd tot erelid van deze vereniging.


Huiselijk tafereeltje: TV kijken met het hele gezin. Collectie Bert van Voorden.

Onderwijsman

Het evangelisatieblad ‘De Elisabethbode’ maakte ook jarenlang dankbaar gebruik van Van Voordens fotografische kwaliteiten. “Per geplaatste foto kreeg ik een gering bedrag.” Heeft hij nooit een professionele carrière in de fotografie overwogen? Van Voorden: “Nee. Ten eerste was ik een onderwijsman in hart en nieren. Ten tweede moest ik altijd denken aan een rijmpje dat ik ooit ergens heb gelezen: ‘Als fotograaf ging hij failliet, al werkte hij uitstekend, maar elk portret door hem gemaakt, dat was zijn fout, leek sprekend’. Ik had een drukke baan en in de fotografie vond ik ontspanning. Met mijn camera durfde ik op alles en iedereen af te stappen. Ik heb altijd een drang tot fotograferen gevoeld. Het is dat mijn ogen me nu in de steek laten, anders fotografeerde ik nog volop.”