Menu

Uw zoekacties: Rijksmuseum en rechtsvoorgangers te Amsterdam

476 Rijksmuseum en rechtsvoorgangers te Amsterdam

Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
 
 
Voorwoord
Het archief van het Rijksmuseum gaat terug tot het begin van de 19e eeuw. Het bevat een schat aan gegevens omtrent de verwerving en het beheer van de verzamelingen, tentoonstellingen, de verschillende museale gebouwen, de bedrijfsvoering en het personeel. Het beslaat zestig strekkende meters, verdeeld over een tiental fondsen. Ten behoeve van het wetenschappelijk werk in het museum wordt het archief veelvuldig geraadpleegd. Het vormt naast de inventariskaarten een primaire bron voor de documentatie.
Het oud archief, dat zich uitstrekt over de periode 1807-1945, wordt sedert 1978 beheerd door een parttime medewerker, drs F.H. A. Rikhof. Hij heeft zich ingespannen om dit archief te ordenen en toegankelijk te maken. Met het vervaardigen van deze inventaris heeft de heer Rikhof de toegankelijkheid aanzienlijk vergroot, hetgeen het wetenschappelijk onderzoek zeker ten goede zal komen.
Een woord van dank aan de heer Rikhof zij hier gaarne geuit. Ook naar prof. dr C. Dekker, rijksarchivaris in de provincie Utrecht, en de heer M. Baertl, archivist bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief te 's Gravenhage, gaat mijn dank uit voor de adviserende en ondersteunende rol, die zij bij de totstandkoming van deze inventaris hebben gespeeld.
1. Het Rijksmuseum en zijn voorgangers
2. De vorming van de archieven
2.1. 's Rijks Museum
2.2. Het Rijksmuseum van Schilderijen
2.3. Het Rijksprentenkabinet
476 Rijksmuseum en rechtsvoorgangers te Amsterdam
Voorwoord
2. De vorming van de archieven
2.3.
Het Rijksprentenkabinet
Het Rijksprentenkabinet, de tweede museale instelling, die uit 's Rijks Museum is voortgekomen, hanteerde vanaf het begin het seriestelsel als ordeningsbeginsel voor de berging van stukken. Ook hier werd de administratievoering, wegens het ontbreken van reglementen hieromtrent, aan het inzicht van de directeur overgelaten. De eerste directeur, J.Ph. van der Kellen, volgde in hoofdlijnen het bij het voormalige Rijks Museum en het Rijksmuseum van Schilderijen gehanteerde systeem. Een serie ingekomen stukken en een reeks kopieboeken van uitgaande stukken werden opgezet. In 1903 stapte men van het gebruik een kopieboek af. De minuten van uitgaande stukken werden sedertdien op losse bladen geschreven. Streng vertrouwelijke stukken werden niet in de serie uitgaande stukken opgenomen. Zij werden genoteerd in een "geheim kopieboek". Hoewel het "geheim kopieboek" thans ontbreekt in het archief van het Rijksprentenkabinet, blijkt zijn bestaan uit verwijzingen naar dit boek in de serie uitgaande stukken *  . De vorming van dossiers heeft binnen de administratie van het prentenkabinet op zeer bescheiden schaal plaats gehad.
Bij Koninklijk besluit van 21 mei 1886. nr. 11 werd het beheer over de algemene bibliotheek verplaatst van de Hoofddirectie naar het Rijksprentenkabinet *  . Als uitvloeisel van deze beslissing kwam de volledige administratie van de bibliotheek te liggen bij de directeur en medewerkers van het prentenkabinet.
In 1934 werden vanwege de overname van het beheer over het Rijksprentenkabinet door de hoofddirecteur enkele veranderingen doorgevoerd in de administratievoering. De ingekomen en uitgaande stukken, die tot dan toe in twee gescheiden series waren opgeborgen, gingen nu één serie vormen. Bovendien werden de stukken met betrekking tot de bibliotheek voortaan apart gehouden. Aan het zelfstandig financieel beheer kwam in 1934 een einde. De financiële zaken van het prentenkabinet werden vanaf dat jaar door de Hoofddirectie afgehandeld *  .
Bij de splitsing in 1876 is het archief van het opgeheven Rijks Museum onder de hoede gesteld van de directeur van het Rijksmuseum van Schilderijen. Hoogstwaarschijnlijk zijn toen wel een aantal bescheiden, die specifiek betrekking hadden op de verzameling prenten en tekeningen, terecht gekomen bij het Rijksprentenkabinet. Hieronder bevonden zich onder andere de staten van prenten, die omstreeks 1825 door de toenmalige eerste opzichter Gerrit Lamberts, zijn samengesteld *  . In 1914 zijn door de hoofddirecteur nog eens enkele stukken uit het archief van 's Rijks Museum overgedragen aan het Rijksprentenkabinet *  .
Buiten de overname van originele stukken, hebben twee directeuren van het prentenkabinet zich ook beziggehouden met het afschrijven van relevante archivalia uit het archief van 's Rijks Museum *  . Tussen 1905-1907 maakte directeur E.W. Moes in het archiefdepôt van de Hoofddirectie afschriften van uitgaande brieven uit de kopieboeken over de periode 1840-1877 *  . De drijfveer om zich hieraan te zetten lag in de speciale belangstelling van Moes voor het historisch aspect van de kunst. Boven-dien verzamelde hij allerlei documenten op kunsthistorisch gebied *  . Na 1907 stokte het kopiëren. De opvolger van Moes, jhr. H. Teding van Berkhout, wilde het werk van Moes evenwel voortzetten. Kort na het overlijden van Moes in 1913 vervaardigde Teding van Berkhout afschriften van uitgaande stukken over de jaren 1816-1840 *  . Tot het maken van kopieën van belanghebbende ingekomen stukken zijn beide directeuren nooit toegekomen.
2.4. 's Rijks Verzameling van Moderne Kunst
2.5. Het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden
2.6. Het Nederlandsch Museum van Geschiedenis en Kunst
2.7. Het Rijksmuseum voor Beeldhouwkunst en Kunstnijverheid
2.8. Het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis
2.9. De Commissie van Toezicht
2.10. De Hoofddirectie
3. De inventarisatie
4. Beknopt literatuuroverzicht
Inventaris
Erfgoedstuk

Kenmerken

Datering:
1807-1945
Omvang in meters:
67,50
Periode documenten:
1807-1945 (1985)
Openbaarheid:
openbaar
Raadpleegmogelijkheid:
Gebruiksinformatie:
Inventaris inv.nrs. 1-2553. Schema's van het Rijksmuseum en zijn rechtsvoorgangers in band 476. Inv.nrs. 688 en 2336 ontbreken. Inv.nr. 847 is vanwege slechte materiële staat niet raadpleegbaar. Inv.nrs. 88-89, 93, 96, 115, 118-119, 382-383, 661-687, 689-693, 695-721, 723-726, 1100-1107, 1119, 1123, 1211-1212, 1449-1470, 2134-2135 zijn alleen op microfiches te raadplegen in de studiezaal, de originelen zijn op afspraak in het Rijksmuseum te raadplegen. Inv.nrs. 373, 384-385, 656, 660, 742, 1084, 1126, 1129, 1133, 1135, 1176-1178, 1180, 1207, 1214, 1241-1243, 1269, 1745, 2041, 2043-2059, 2115, 2118, 2127-2131, 2256, 2380, 2382, 2407-2432, 2437, 2450-2451 zijn nog bij het Rijksmuseum aanwezig en aldaar op afspraak te raadplegen. Nadere toegangen op stukken betreffende de verwerving van kunst- en andere voorwerpen (inv.nrs. 99-104, 458-461, 836-841, 843-847, 851-856, 861-863, 915, 917, 1083-1084, 1499, 1745, 2132, 2198-2199, 2384-2394, 2396-2430, 2460-2462, 2464-2470, 2472-2474, 2477-2478) zijn opgenomen in bijlage I van de inventaris.