Menu

ONDERZOEK | De notaris en het apenspel

Zoek nu op woordniveau door het notarieel archief van Haarlem! Door inzet van automatische tekstherkenning zijn bijna alle akten doorzoekbaar op namen, locaties, objecten of op welk woord je ook maar kunt bedenken. Dat je tot verrassende onderzoeksresultaten kan komen, tonen Judith Brouwer en Harm Nijboer in onderstaand artikel. Lees gauw verder!

Op zoek naar seks in transcripties van het oud notarieel archief van Haarlem

Als je iets geheim wilt houden, dan kun je daar beter niet over opscheppen. Dat werd de kleermaker Matheus Jacobsz. op 9 april 1616 fijntjes duidelijk gemaakt. Zijn vriend, de vierentwintigjarige linnenwever Jan Jorisz., legde op die dag bij de Haarlemse notaris Willem Triere een verklaring af op verzoek van Cathalina Everts, de echtgenote van Matheus. Volgens Jan zou Matheus begin december tegen hem verklaard hebben dat hij sinds zijn huwelijk met Cathalina met nog vijf of zes andere vrouwen het bed gedeeld had. Daarbij had Matheus in het bijzonder ‘sijn beclach’ gedaan over een meisje van zestien of zeventien dat hij tot ‘vleeschelicke bekentenisse’ bewogen had. Het ging om ene Annetje, werkzaam in de herberg van waardin Tanneken Ruyter. In ruil voor geld en kleding had Annetje seks gehad met Matheus. Zijn escapades hadden natuurlijk verborgen moeten blijven. Maar dankzij de verklaringen bij de notaris is dit sterk staaltje ongepolijste Haarlemse geschiedenis bewaard gebleven. Speurwerk daarnaar is niet alleen vermakelijk, maar ook nuttig. In dit geval komen we iets te weten over de seksuele moraal in die tijd. 

Attestaties

Voor ons onderzoek naar vrouwen, libertinisme en seksuele zeden in de zeventiende eeuw maken we veel gebruik van notariële getuigenverklaringen. Zulke verklaringen werden attestaties genoemd en konden dienen om voor het gerecht een proces aanhangig te maken of om een kwestie in een arbitragezaak in den minne te schikken. En soms vond men het gewoon handig een attestatie achter de hand te hebben voor het geval dat. Veel notarissen zagen attestaties als juridisch deugdelijke bewijsstukken, maar de rechterlijke macht dacht daar vaak anders over. Bewijstechnisch valt dat laatste standpunt goed te begrijpen. Attestaties werden altijd opgesteld op verzoek van een belanghebbende, de requirant, die uiteraard hem of haar gunstig gezinde getuigen liet oproepen. Daardoor bestond natuurlijk ook de mogelijkheid om getuigen vooraf te instrueren of – dat kwam zeker voor – onder druk te zetten. Mocht een verklaring onverhoopt ongunstig uitvallen, dan was er nog een zekerheidje. Afschriften van attestaties mochten door notarissen namelijk alleen aan de requirant verstrekt worden.

In de negentiende eeuw is de attestatie als notarieel instrument in onbruik geraakt, maar in de zeventiende en achttiende eeuw vormden ze een substantieel onderdeel van de notariële protocollen. De verklaringen gingen over allerlei zaken die aanleiding konden zijn tot conflict: burentwist, overspel, diefstal, beledigingen, ruzies op straat, vechtpartijen in de kroeg en nog veel meer. Verklaringen omtrent vaderschap vormen daarbij een genre op zich. We vinden attestaties waarin ongehuwde (aanstaande) moeders met grote stelligheid een vader aanwijzen. Anderzijds treffen we ook verklaringen op verzoek van vermeende vaders waarin de vrouwen als promiscue losbollen afgeschilderd werden, met als impliciete boodschap dat het vaderschap niet vastgesteld kon worden. Het kwam ook voor dat een aanstaande moeder op verzoek van de vermeende vader plechtig verklaarde dat hij absoluut niet de vader was. Maar bij een dergelijke verklaring moet je altijd afvragen of daar geen drang, dwang of een afkoopsom aan voorafgegaan is.

Jonge waardin met mannen in herberg ca. 1640-1664, prent van C.G. Voorhelm Schneevoogt te Haarlem

Op 11 januari 1686 meldde Saartje Lievens zich bij bij notaris Adriaen van Gellinckhuyse. Op verzoek van Gerrit Keurlant verklaarde ze toen dat zij nooit geslachtsgemeenschap met Gerrit gehad had en dat Gerrit dus niet de vader was van het kind van wie zij op dat moment in de kraam lag. Ook beloofde ze plechtig Gerrit niet lastig te zullen vallen met eventuele aanspraken. Het zal allemaal wel. Maar waarom moest dit allemaal bij de notaris verklaard worden? En wat was het belang van Saartje Lievens hierbij? Het zou natuurlijk kunnen dat ze een vergoeding van Gerrit Keurlant gekregen heeft, maar dat staat niet zwart op wit. In andere gevallen werd daar niet zo geheimzinnig over gedaan. Zo sloot op 26 februari 1655 (zie ook hier) Jan Thomasz. namens zijn broer Cornelis een overeenkomst met de ongehuwde Jannetje Gillis, die op dat moment ‘groff swanger’ van Cornelis was. Jannetje werd daarbij een alimentatie van vierentwintig stuivers per week toegezegd om in het levensonderhoud van het kindje te voorzien. Daarenboven diende Cornelis ook nog voor de kleding van het kindje te zorgen. Het was best ruimhartig naar de maatstaven van die tijd, maar voor Jannetje Gillis zat er ook een keerzijde aan. Als onderdeel van de overeenkomst verklaarde zij af te zien van verdere stappen tegen Cornelis om compensatie te krijgen voor haar 'defloratie', het verlies van haar maagdelijkheid en eerbaarheid. Dat was niet alleen een kwestie van geld; ook een huwelijk tussen Jannetje en Cornelis werd hiermee uitgesloten.

Anders dan bronnen als egodocumenten en etiquetteboekjes bieden attestaties een ongecensureerde blik op wat zich zowel in de publieke ruimte als achter de voordeur afspeelde. Daarmee bieden de notariële archieven een intrigerend kijkje in het dagelijkse – èn onalledaagse – leven van Haarlemmers uit alle lagen van de bevolking. Dat geldt in het bijzonder voor wat doorgaans tussen de lakens verborgen bleef.

Op zoek naar seks

Zoeken naar zedenschandaaltjes in het oud notarieel archief levert niet alleen vermakelijke verhalen op. En zelfs vermakelijk is betrekkelijk. Cathalina Everts zal wel niet heel geamuseerd geweest zijn over het overspelige gedrag van haar echtgenoot. Ronduit schrijnend zijn de verklaringen over seksueel misbruik en zelfs incest, die je ook kunt tegenkomen.

Nu duizenden akten uit het oud notarieel archief van Haarlem in één keer op woordniveau doorzoekbaar zijn, kunnen we gerichter zoeken op termen die ons interesseren. Dat biedt nieuwe mogelijkheden, maar ook nieuwe uitdagen. Seks en alles wat daarmee samenhangt werd in de zeventiende en achttiende eeuw met andere termen omschreven dan tegenwoordig. Er werd gesproken over ‘boeleren’ [seks hebben] en ‘vleeschelijcke conversatie’ [seks]. Bij het zoeken in door de computer gemaakte transcripties zul je verder rekening moeten houden met spellingsvariatie en transcriptiefouten. In ons onderzoek is ‘ontcleet’ een van de sleutelzoektermen. In de automatische transcriptie kan dat ook als ‘out cleet’ gelezen zijn, bijvoorbeeld in boedelinventarissen. Een ander kernwoord is ‘hoer’, dat maar al te veel op ‘haer’ en ‘boer’ lijkt. Met fuzzy zoeken – waarbij je in je zoekopdracht een aantal transcriptiefouten voor lief neemt – valt dat deels te ondervangen, maar het levert ook veel ruis op, vooral bij korte zoektermen.

Expliciet taalgebruik werd de notaris vaak opgetekend met een bijzinnetje als ‘onder reverentie geseijt’. De zoekterm ‘reverentie’ kan je dus weer helpen bij het zoeken naar termen waar je nog niet eerder aan gedacht hebt. 
Soms moet je ook gewoon een beetje creatief denken. Vandaag de dag wordt dansen doorgaans gezien als een vrij normale activiteit, maar in de zeventiende eeuw dacht men daar heel anders over. Vanaf de kansel werd door predikanten hevig gefulmineerd tegen het dansen. En dansgelegenheden werden gezien als hele of halve bordelen, wat ze feitelijk vaak ook waren. Zoeken op ‘gedanst’ levert dan ook een smeuïge attestatie op.

Rondedans door Pieter van der Borcht, 1545-1608. Bron: Rijksmuseum

Apenspel

Op verzoek van koopman Wouter van Walree waren Jan Jansz van Aelst en Jacob van Bellen op 16 oktober 1675 naar notaris Pieter Baes Jan Jansz getogen. Hun verklaring had betrekking op Baes’ collega-notaris Hendrikus Haesewindius. De mannen stelden dat zij de vrijdagavond tevoren de herberg van Pieter Maes in de Kromme Elleboogsteeg hadden bezocht. Haesewindius was daar ook. Deze had ‘volmondich’ verteld dat hij in een zeker Amsterdams bordeel was geweest. Daar had zich een bijzonder tafereel voltrokken. Haesewindius had daar het ‘apenspul’ gespeeld. De akte licht dit spel nader toe:

[hij zou] voor eenige hoeren, naekt en in syn blote lichaem alleenlijck syn koussen en schoenen aenhebbende [...] hebben gedanst met een wartel [lendendoek] om de heupen en sulks toegestelt ende maniere oft wijse van een aep.

Overdag een ernstige, hardwerkende notaris, ‘s nachts een dansende aap. Het zal geen toeval zijn geweest dat Haesewindius zijn vertier juist in Amsterdam had gezocht. De stad lag op slechts twee uurtjes met de trekschuit en was beroemd om haar rosse buurten. Maar nog belangrijker: Haeswindius liep in een andere plaats minder het risico bekenden tegen het lijf te lopen. Toch kon hij niet ongegeneerd zijn gang gaan binnen de muren van het Amsterdamse bordeel: de plaatselijke schout betrapte hem tijdens het pikante schouwspel. Om te voorkomen dat deze Haesewindius in de kraag greep en gevangen zette, had de naakte notaris ‘bij forme van affmakinge [...] geboetet’. Oftewel, de twee heren hadden het onderling op een akkoordje gegooid. Boetes waren voor de schout en zijn plaatsvervangers toen (traditioneel) een belangrijke inkomstenbron; de grens met corruptie was vaag. In rosse buurten was het innen van boetes een gegarandeerd succes. Wie op de bon geslingerd werd, kon dit op ‘discrete’ wijze afkopen. En er daarna, zoals Haeswindius deed, stoer over opscheppen in de kroeg.

Deze akte vertelt niet alleen meer over het Amsterdamse nachtleven, maar ook over hoe justitie in die stad haar macht uitoefende. De Haarlemse notariële akten hebben dus niet alleen betrekking op de stad en haar inwoners, maar ook op de wereld daarbuiten. 

Judith Brouwer & Harm Nijboer

Judith Brouwer is neerlandicus en werkzaam als datacurator en -manager bij het Huygens Instituut en het Meertens Instituut (Amsterdam). Harm Nijboer is historicus en programmeur. Hij werkte in de voorbije jaren voor de Universiteit van Amsterdam en het Huygens Instituut, momenteel is hij zelfstandig ondernemer. Samen werken zij aan een boek over courtisanes en naaktmodellen in de 17de eeuw.

Bronnen en verder lezen

  • Noord-Hollands Archief, Haarlem, toegangsnummer 1617: Notariële protocollen en akten van notarissen te Haarlem (Oud Notarieel Archief Haarlem), inv. nr. 87, f. 35v (9 apr. 1616) en f. 39v (11 apr. 1616); inv.nr. 236, f. 91 (26 feb. 1655) en f. 100r-100v (idem); inv.nr. 462, f. 168r-168v (16 okt. 1675); inv.nr. 533, f. 4 (2e nummering; 11 jan. 1686);  
  • W. Heersink, 'Zachte woorden op het platteland. Een verkennend onderzoek naar conflictregelingen in Noord-Holland,' Leidschrift 12 (1996), pp. 83-109. UB Leiden;
  • M. Hell (red.), Alle Amsterdamse Akten. Ruzie, rouw en roddels bij de notaris, 1578-1915 (Amsterdam 2022);
  • M. Hell, De Amsterdamse herberg 1450-1800. Geestrijk centrum van het openbare leven (Amsterdam 2020). Proefschrift UvA;
  • A. Lybreghts, Redenerend vertoog over 't notaris ampt, 2 delen (5e druk) (Amsterdam 1786). Online via Google Books: Deel I; Deel II;
  • A. Pitlo, De zeventiende en achttiende eeuwsche notarisboeken en wat zij ons omtrent ons oude notariaat leeren (Haarlem 1948). Online via DBNL;
  • L. van de Pol., Het Amsterdams hoerdom. Prostitutie in de zeventiende en achttiende eeuw (Amsterdam 1996);
  • B. Roberts, Seks, drugs en rock ‘n’ Roll in de Gouden Eeuw (Amsterdam 2014);
  • Stadsarchief Amsterdam, ‘Verhalen uit het notarieel archief’, Website Stadsarchief Amsterdam.